ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden met periodiek en finaal verrekenbeding bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap en een finaal verrekenbeding dat verrekening voorschrijft alsof sprake was van algehele gemeenschap van goederen. De man startte een IT-bedrijf, de vrouw zorgde voor de kinderen. Tijdens het huwelijk werd een schapenfokkerij gestart die financieel mislukte. De woning en percelen grond in het buitenland werden verkocht, de opbrengst staat op een geblokkeerde rekening.
De rechtbank oordeelt dat de man niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken tot schadevergoeding wegens vermeende schade aan de woning na de peildatum en frustratie van verkoop, omdat deze verzoeken niet samenhangen met de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. Kosten en schulden die zijn gemaakt voor het onderhoud van het gemeenschappelijk goed moeten naar evenredigheid worden gedeeld, maar huishoudelijke kosten niet.
De rechtbank stelt dat de verkoopopbrengst van woningen die de vrouw voor het huwelijk bezat, en de daaropvolgende investeringen in het gezamenlijke vermogen, vallen onder het finale verrekenbeding en dus niet als privévermogen worden beschouwd. Schenkingen en erfenissen met uitsluitingsclausule vallen buiten de verrekening op grond van artikel 1:133 BW Pro. De rechtbank wijst partijen aan om stukken te overleggen ter onderbouwing van hun standpunten, onder meer over hypotheekkosten, aandelen, en de waarde van een theeservies.
De behandeling wordt aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen nadere stukken en uitlatingen te doen, waarna de zaak op de stukken zal worden afgedaan.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken tot schadevergoeding en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden wordt aangehouden voor nadere stukken.