ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6555
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlies uit terbeschikkingstelling van vorderingen aan BV niet aannemelijk gemaakt
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van [A] B.V., stelde in zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 een verlies van €500.000 ten laste van zijn belastbaar inkomen uit werk en woning wegens afwaardering van vorderingen op zijn BV. Deze vorderingen zouden hij op zakelijke gronden hebben verkregen na de verdeling van de nalatenschap van zijn vader.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij deze vorderingen daadwerkelijk heeft verkregen. De overgelegde stukken bevatten slechts intenties en afspraken, maar geen bewijs van daadwerkelijke overdracht. Ook indien de vorderingen wel zijn verkregen, heeft eiser niet aangetoond dat deze een waarde hadden die afweek van nihil, gelet op de negatieve eigen vermogenspositie van de BV en het staken van de oorspronkelijke activiteiten.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €59.392, maar wijst het verlies van €500.000 af. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €59.392, verlies van €500.000 wordt niet erkend.