ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6636
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzettingshandelingen
Eiser is op 26 februari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Na een verzoek tot voorlopige voorziening dat op 5 juni 2008 werd afgewezen, had verweerder moeten starten met uitzettingshandelingen. Door een interne fout is dit niet tijdig gebeurd, waardoor de bewaring onrechtmatig werd vanaf 8 juni 2008.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een redelijke termijn van drie dagen had om zich te beraden en actie te ondernemen na de afwijzing van het verzoek tot voorlopige voorziening. Verweerder heeft dit nagelaten en geen uitzettingshandelingen verricht tot de opheffing van de bewaring op 30 juni 2008.
Hierdoor is de bewaring onrechtmatig geworden en komt eiser een schadevergoeding toe over de periode van 21 dagen. De vergoeding wordt vastgesteld op €1470, gebaseerd op een richtlijn van €70 per dag. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €644.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 8 juli 2008 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring was onrechtmatig vanaf 8 juni 2008 en eiser krijgt een schadevergoeding van €1470 toegewezen.