ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7233
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. Laukens
- A. van ’t Laar
- E.A. Poppe-Gielesen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens ontbreken reëel zicht op uitzetting Chinese vreemdeling
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 17 maart 2008 in bewaring gesteld wegens vreemdelingenrechtelijke redenen. Eerder had de rechtbank het beroep tegen de bewaring ongegrond verklaard, maar na nieuwe informatie over het uitblijven van laissez passers door de Chinese autoriteiten sinds april 2007, werd opnieuw beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring.
De rechtbank overwoog dat ondanks diplomatiek overleg en terugkeer via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), geen sprake is van daadwerkelijke uitzetting omdat de IOM geen uitzettingsorganisatie is en de Chinese autoriteiten geen laissez passers verstrekken aan zowel ongedocumenteerde als gedocumenteerde Chinese vreemdelingen. Hierdoor bestaat geen reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig is en beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van 11 juli 2008. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe voor de periode van onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting en kent schadevergoeding toe.