ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7254
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.G. Odink
- H.J. Fehmers
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden na zedenveroordeling
Eiser, een Rwandese vreemdeling met ernstige psychiatrische problematiek, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden (14-1-aanvraag). De Staatssecretaris wees dit af, mede vanwege een zedenmisdrijf waarvoor eiser was veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf.
Eiser betoogde dat zijn medische situatie onvoldoende was meegewogen en dat het beleid onduidelijk was. Ook stelde hij dat hij niet adequaat was gehoord en dat de Staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld door het BMA-advies niet mee te nemen in de besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de Minister van 21 februari 2007 als beleidsregel kwalificeert en dat de Staatssecretaris in redelijkheid de strafrechtelijke veroordeling als doorslaggevend mocht aanmerken. De belangenafweging was zorgvuldig en de medische situatie was meegenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden wordt ongegrond verklaard.