ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8662
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing ongewenstverklaring slachtoffer mensenhandel
Verzoekster, een Indiase vreemdeling en slachtoffer van mensenhandel, werd op 17 maart 2008 ongewenst verklaard door verweerder. Zij stelde dat dit besluit ten onrechte geen rekening hield met haar status als slachtoffer en de lopende strafzaak tegen haar voormalige werkgevers die veroordeeld zijn voor mensenhandel. Daarnaast maakte zij bezwaar tegen de niet-schorsende werking van het besluit en vroeg zij opvang.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende aandacht had besteed aan de belangen van verzoekster als slachtoffer, zoals vereist in het beleid en de Vreemdelingencirculaire. De rechter stelde vast dat de strafrechtelijke veroordeling van verzoekster een grond voor ongewenstverklaring bood, maar dat het niet evident was dat het besluit na heroverweging in stand zou blijven. Daarom werd de schorsing van de ongewenstverklaring toegewezen tot vier weken na beslissing op bezwaar.
Opvang werd niet toegewezen omdat dit niet tot de bevoegdheid van verweerder behoort, maar tot het COA. De rechter veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De ongewenstverklaring van verzoekster wordt geschorst tot vier weken na beslissing op bezwaar.