ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2600
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht
Eiseres, van Indiase nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die door verweerder is afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres, waarbij zij stelde dat zij niet terug kan naar India vanwege de invloedrijke contacten van een persoon die verantwoordelijk zou zijn voor mishandeling en overlijden van een kind waar zij voor werkte.
De rechtbank oordeelde dat de algemene situatie in India geen reden geeft om iedere asielzoeker automatisch als vluchteling aan te merken. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat zij behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep die systematisch wordt vervolgd. Verweerder stelde terecht dat het relaas van eiseres onvoldoende positieve overtuigingskracht heeft, mede omdat haar verklaringen onduidelijk en summier waren en niet concreet onderbouwd met objectieve bewijsstukken.
Verder oordeelde de rechtbank dat het beroep op mensenhandelbeleid en het EVRM niet tot een andere uitkomst leidt, mede omdat eiseres ongewenst is verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring nog steeds van kracht is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht.