ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8793
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opschorting rechtsgevolgen ongewenstverklaring vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, is op 13 november 2006 ongewenst verklaard en zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen deze ongewenstverklaring en verzocht om een voorlopige voorziening die de uitzetting opschort totdat op het bezwaar is beslist.
De rechtbank stelt vast dat de voorwaarden voor toewijzing van een voorlopige voorziening zijn vervuld en dat zowel verzoeker als verweerder het eens zijn over het opschorten van de uitzetting. De kern van het geschil betreft de vraag of ook de strafrechtelijke rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring kunnen worden opgeschort. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en overweegt dat schorsing van de strafrechtelijke rechtsgevolgen noodzakelijk is om te voorkomen dat verzoeker in een situatie komt waarin zijn verblijf gedoogd is maar strafbaar blijft.
De rechtbank wijst het verzoek toe en bepaalt dat de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring worden opgeschort tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht aan verzoeker vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schorst de uitzetting en strafrechtelijke rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring totdat op het bezwaar is beslist.