ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8802
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing rechtsgevolgen ongewenstverklaring met betrekking tot opvang asielzoekster
Verzoekster, een Somalische asielzoekster, is ongewenst verklaard en heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Zij verzocht om een voorlopige voorziening die de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring schorst, met name gericht op het verkrijgen van opvang. Verweerder stelde dat verzoekster geen belang had omdat een eerdere voorlopige voorziening al een verbod op uitzetting bevatte.
De rechtbank overweegt dat hoewel schorsing van een ongewenstverklaring niet leidt tot rechtmatig verblijf, het niet is uitgesloten dat schorsing kan leiden tot het verkrijgen van opvang. Verzoekster heeft voldoende belang bij de beoordeling van het verzoek. Tevens is vastgesteld dat verweerder bij de belangenafweging in het oorspronkelijke besluit onvoldoende rekening heeft gehouden met het risico van schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugzending.
De rechtbank besluit daarom de schorsing toe te wijzen voor alle rechtsgevolgen van het besluit behalve het inherente ontbreken van rechtmatig verblijf, tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring toe tot vier weken na de beslissing op bezwaar.