ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9068
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding behandeling gezags- en verblijfplaatsgeschil minderjarige in afwachting van nadere rapportages
De rechtbank 's-Gravenhage behandelt een verzoek van de vader om hem het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kind toe te kennen en de verblijfplaats van het kind bij hem te bepalen. De minderjarige woont momenteel bij de moeder in België en volgt daar bijzonder onderwijs vanwege een leerachterstand. De vader stelt dat de moeder het kind ongeoorloofd naar België heeft meegenomen en dat het kind in Nederland thuishoort. De moeder betwist mishandeling en stelt dat het in het belang van het kind is dat het gezag niet aan de vader wordt toegekend.
De rechtbank neemt kennis van een eerdere weigering van de Belgische rechtbank om teruggeleiding van het kind naar Nederland te bevelen, vanwege vermeend gevaar voor het kind bij de vader. De rechtbank acht zich onvoldoende voorgelicht om te beslissen over het gezag en de verblijfplaats en wijst op het belang van recente schoolrapporten en een verslag van de omgangsbegeleiding die momenteel plaatsvindt onder begeleiding van een Belgische organisatie.
De rechtbank besluit de behandeling pro forma aan te houden tot 1 september 2008, waarbij de moeder wordt verzocht de gevraagde stukken tijdig te overleggen en de vader de gelegenheid krijgt hier schriftelijk op te reageren. De rechtbank ziet geen aanleiding om de verblijfplaats voorlopig in Nederland te bepalen, gelet op het belang van het kind.
De zaak zal zonder nadere zitting worden afgedaan, tenzij de rechtbank anders beslist, en verdere beslissingen over gezag, verblijfplaats en proceskosten worden aangehouden.
Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot eenhoofdig gezag en verblijfplaats is aangehouden tot 1 september 2008 in afwachting van aanvullende rapportages.