ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9085
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling correcte geboortegegevens na onjuiste registratie onder dwang
De vrouw verzoekt de rechtbank om haar geboortegegevens vast te stellen conform artikel 1:25c BW, omdat zij onder dwang van haar toenmalige echtgenoot bij binnenkomst in Nederland een onjuiste naam en geboortedatum heeft opgegeven. Deze onjuiste gegevens zijn geregistreerd in de GBA en op haar verblijfs- en reisdocumenten, waarop zij haar afgeleide vluchtelingenstatus baseert.
De ambtenaar van de burgerlijke stand betwist het verzoek vanwege het ontbreken van overtuigend bewijs en wijst op discrepanties in de overgelegde stukken. De rechtbank overweegt dat wijziging van GBA-gegevens slechts na overtuigend bewijs kan plaatsvinden, maar erkent dat de vrouw niet kan beschikken over een gelegaliseerde geboorteakte uit Irak en dat de originele documenten bij de Vreemdelingendienst verloren zijn gegaan.
De rechtbank concludeert dat de vrouw voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de huidige geregistreerde gegevens onjuist zijn en dat de door haar verzochte gegevens juist zijn. De overgelegde kopieën van Iraakse documenten, hoewel niet gelegaliseerd, worden als betrouwbaar beschouwd in combinatie met de verklaringen van de vrouw en stukken van de IND.
De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt vast dat de vrouw geboren is op de door haar opgegeven datum in Darbandikhan, Irak, als dochter van de genoemde ouders. Het verzoek om toezending van een afschrift aan de burgerlijke stand wordt als een wettelijke vervolghandeling beschouwd en behoeft geen beslissing. De rechtbank benadrukt dat mogelijke gevolgen voor andere akten buiten dit verzoek vallen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt de correcte geboortegegevens van de vrouw vast.