ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9117
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder geldig paspoort, is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De voortzetting van deze vrijheidsontnemende maatregel werd betwist omdat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De Chinese autoriteiten verstrekken sinds 2007 geen laissez-passers meer aan ongedocumenteerde vreemdelingen, wat het verkrijgen van een reisdocument bemoeilijkt.
Verweerder stelde dat diplomatieke onderhandelingen met China zicht op uitzetting boden, verwijzend naar recente jurisprudentie. De rechtbank stelde echter vast dat deze onderhandelingen nog niet tot een wijziging in het beleid hadden geleid en dat het ontbreken van laissez-passers ook voor gedocumenteerde Chinese vreemdelingen geldt.
De rechtbank concludeerde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de voortzetting van de bewaring daarom onrechtmatig is. De bewaring werd opgeheven per 17 juli 2008. Tevens werd aan eiser een schadevergoeding toegekend voor de periode van vrijheidsontneming en werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.