ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9141
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting Chinese vreemdeling
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder geldig paspoort, is op 16 mei 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel omdat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank overwoog dat voor Chinese vreemdelingen zonder geldig paspoort een vervangend reisdocument, een laissez-passer (lp), nodig is. Sinds april 2007 verstrekken de Chinese autoriteiten echter geen lp meer, waardoor uitzetting niet mogelijk is.
Verweerder voerde aan dat diplomatieke onderhandelingen in mei 2008 zicht op uitzetting bieden, maar de rechtbank stelde vast dat deze inspanningen niet tot een gewijzigde houding van de Chinese autoriteiten hebben geleid en ook niet binnen een redelijke termijn zullen leiden tot afgifte van een lp.
De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel in strijd is met artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven per 17 juli 2008 en een schadevergoeding toegekend van €1190,-- voor de periode van bewaring. Tevens werden de proceskosten van €644,-- aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en kent schadevergoeding en proceskosten toe.