ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring en toekenning schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn vreemdelingenbewaring die begon op 1 april 2008. De rechtbank beoordeelt of de voortzetting van de bewaring in strijd is met de wet of onredelijk is, mede gelet op het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Verweerder stelt dat er zicht op uitzetting is en verwijst naar diplomatieke inspanningen en de plicht van eiser om documenten te verkrijgen.
De rechtbank overweegt dat sinds mei 2007 de Chinese autoriteiten geen beslissingen meer nemen op aanvragen om laissez-passer (lp) en dat ook na gesprekken in mei en augustus 2008 geen nieuwe ontwikkelingen zijn. Eiser kan vanuit bewaring geen paspoort aanvragen, wat door verweerder niet is weersproken. Hierdoor ontbreekt zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, zeker gezien de duur van de bewaring.
De rechtbank acht de voortzetting van de bewaring onrechtmatig vanaf 2 augustus 2008 en kent eiser een schadevergoeding toe van €980, gebaseerd op 14 dagen onrechtmatige bewaring tegen €70 per dag. Tevens worden proceskosten van €644 toegekend aan eiser. De bewaring wordt onmiddellijk opgeheven en het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Bewaring onrechtmatig vanaf 2 augustus 2008, onmiddellijke opheffing en schadevergoeding van €980 toegekend.