ECLI:NL:RVS:2008:BE1058
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsplicht tot vertrek ondanks ontbreken laissez-passer door Chinese autoriteiten
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een Chinese vreemdeling tegen een maatregel van vreemdelingenbewaring gegrond verklaarde en de bewaring ophefte.
Vaststaat dat de Chinese autoriteiten tussen april 2007 en juni 2008 geen laissez-passer verstrekten aan ongedocumenteerde en deels gedocumenteerde Chinese vreemdelingen, waardoor het verkrijgen van reisdocumenten bemoeilijkt werd. De rechtbank oordeelde dat hierdoor geen zicht op uitzetting bestond binnen een redelijke termijn.
De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende medewerking verleende en dat de Nederlandse overheid maximale diplomatieke inspanningen verricht om de terugname door China te bewerkstelligen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling niet had aangetoond dat hij niet in staat was medewerking te verlenen en dat de inspanningen van de staatssecretaris adequaat waren.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag zij geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.