ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8669
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift na termijnoverschrijding niet-ontvankelijk wegens onvoldoende verschoonbaarheid
Eiser ontving een last onder dwangsom wegens bouwactiviteiten zonder vergunning. Hij diende zijn bezwaarschrift na afloop van de wettelijke termijn in, met als reden ziekte en ziekenhuisopname. De rechtbank oordeelde dat ziekte slechts in uitzonderlijke gevallen een verschoonbare reden is voor termijnoverschrijding en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs niet in staat was tijdig bezwaar te maken.
De rechtbank stelde vast dat eiser bewust geen bezwaar had gemaakt nadat hij op de hoogte was van het besluit en dat hij ruim een maand wachtte met het indienen van het bezwaarschrift. Tevens werd verwacht dat eiser een gemachtigde zou aanstellen indien hij zelf niet in staat was zijn belangen te behartigen. De eerdere beslissing van een kantonrechter over een vergelijkbare termijnoverschrijding werd niet bindend geacht wegens onvoldoende motivering.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten. Het oordeel was dat verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren, waardoor het beroep gegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.