ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9641
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.M.D. Aardema
- R.F.B. van Zutphen
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens schending hoorplicht en belangenafweging
Eiser is door verweerder ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege herhaalde strafbare feiten en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Verweerder stelde dat er geen gezinsleven met de kinderen was, mede vanwege een vonnis van de rechtbank Utrecht dat omgang opschortte en contact beperkte.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte niet is gehoord, met name over het nieuwe vonnis dat na het bezwaar is gewezen en dat gevolgen heeft voor de ongewenstverklaring en het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat verweerder eiser had moeten horen op grond van artikel 7:2 Awb Pro om de gevolgen van het vonnis te kunnen betrekken bij de beslissing op bezwaar.
De rechtbank vernietigt het besluit tot ongewenstverklaring wegens strijd met de hoorplicht en zorgvuldigheidsbeginsel (artikelen 3:2 en 7:2 Awb) en beveelt een nieuwe beslissing binnen zes weken. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed. Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ongewenstverklaring nog van kracht is.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en verweerder moet een nieuw besluit nemen.