ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning regulier wegens onjuiste herkomstgegevens zonder voldoende motivering
Eiseres, die een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf als alleenstaande minderjarige asielzoeker' (AMV) had ontvangen, kreeg deze met terugwerkende kracht ingetrokken omdat uit een taalanalyse bleek dat zij vermoedelijk niet uit Soedan maar uit Noord-Oeganda afkomstig was. Verweerder stelde dat eiseres onjuiste gegevens had verstrekt waardoor de vergunning niet verleend zou zijn als de juiste gegevens bekend waren geweest.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking niet punitief mag zijn, maar gericht moet zijn op het herstel van de rechtmatige situatie die zou hebben gegolden als de juiste gegevens bekend waren geweest. Verweerder had echter niet gemotiveerd waarom eiseres destijds geen vergunning zou zijn verleend indien bekend was geweest dat zij uit Noord-Oeganda kwam.
Verder wees de rechtbank het verweer van eiseres af dat de motivering onvoldoende was vanwege verwijzingen naar niet-gepubliceerde jurisprudentie. Ook werd geoordeeld dat het gebruik van de taalanalyse als deskundigenrapport toelaatbaar was, ondanks kritische kanttekeningen van eiseres.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en droeg op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het beroep werd gegrond verklaard wegens schending van het motiveringsbeginsel (artikel 7:12 Awb Pro).
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.