ECLI:NL:RVS:2006:AZ5549
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Intrekking ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier wegens onjuiste gegevens identiteit
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die de intrekking van een ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een vreemdeling ongedaan maakte. De verblijfsvergunning was ingetrokken omdat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt over zijn identiteit en daardoor het onderzoek naar adequate opvang in het land van herkomst had gefrustreerd.
De Raad van State overweegt dat de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling' slechts kan worden verleend na afwijzing van een asielaanvraag. Bij intrekking van een ambtshalve verleende vergunning wordt de oorspronkelijke aanvraag als bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 aangemerkt.
De minister heeft terecht geoordeeld dat de vreemdeling onjuiste gegevens over zijn identiteit heeft verstrekt, wat blijkt uit het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken en de wisselende verklaringen van de vreemdeling. Dit frustreren van het onderzoek naar opvangmogelijkheden is een geldige grond voor intrekking van de vergunning.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier wordt bevestigd wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over identiteit.