ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens discriminatie op grond van status
Verzoeker, een Turkse vreemdeling die sinds 1992 zonder geldige verblijfsvergunning in Nederland verblijft, heeft meerdere aanvragen voor verblijfsvergunningen ingediend die allen zijn afgewezen. De laatste aanvraag, gedaan in januari 2008, werd afgewezen omdat verzoeker niet behoort tot de speciale doelgroep van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet, die is beperkt tot vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een asielaanvraag hebben ingediend.
Verzoeker stelde dat deze beperking in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), omdat vreemdelingen die vóór 1 april 2001 een reguliere aanvraag hebben ingediend en sindsdien ononderbroken in Nederland verblijven, vergelijkbaar zijn met de doelgroep van de Regeling maar worden uitgesloten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het onderscheid inderdaad relevant is op grond van "andere status" en dat voor deze beperking een rechtvaardigingsgrond moet worden gegeven. Het bestreden besluit bevat geen voldoende motivering of rechtvaardiging, slechts een summiere verwijzing naar het Coalitieakkoord, wat onvoldoende is. Daarom moet verweerder bij de heroverweging in bezwaar deze motivering alsnog geven, inclusief een toetsing aan proportionaliteit en subsidiariteit.
Gezien deze onduidelijkheid en het redelijke kans van slagen van het bezwaar, wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige voorziening toe, verbiedt verwijdering van verzoeker zolang het bezwaar niet is beslist, en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering van verzoeker uit Nederland wordt verboden zolang het bezwaar niet is beslist.