ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0187
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- P.A. Koppen
- D. Aarts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid Nederlandse Staat voor dood lokaal personeel Dutchbat in Srebrenica
Eisers, nabestaanden van een lokaal personeelslid van Dutchbat, stelden dat de Nederlandse Staat onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende bescherming te bieden en hun familielid bloot te stellen aan de vijand, wat leidde tot diens vermoedelijke moord na de val van Srebrenica in 1995.
De Staat voerde verweer dat het optreden van Dutchbat en de relevante gezagsstructuur onder de Verenigde Naties viel, waardoor de Staat niet aansprakelijk kon worden gehouden. De rechtbank onderzocht of de Staat het VN-bevelsstructuur had doorbroken en of het EVRM en andere verdragen van toepassing waren.
De rechtbank concludeerde dat Dutchbat deel uitmaakte van UNPROFOR en dat het optreden van Dutchbat exclusief aan de Verenigde Naties moet worden toegerekend. Er was geen bewijs dat de Nederlandse Staat de VN-bevelsstructuur had doorbroken of dat er sprake was van onrechtmatig handelen door Nederlandse gezagsdragers. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat de Nederlandse Staat niet aansprakelijk is voor de dood van het lokale personeel van Dutchbat in Srebrenica.