ECLI:NL:PHR:2013:BZ9228
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor onrechtmatige daad door Dutchbat bij val van Srebrenica
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van de Staat der Nederlanden voor het handelen van Dutchbat tijdens de val van de enclave Srebrenica in juli 1995. Mustafic c.s. vorderen een verklaring voor recht dat de Staat aansprakelijk is voor de schade door het wegsturen en niet meenemen van Rizo Mustafic, die vervolgens werd vermoord door het Bosnisch-Servische leger.
De rechtbank wees de vordering af omdat Dutchbat handelde onder command and control van de VN. Het hof oordeelde echter dat het handelen van Dutchbat aan de Staat moest worden toegerekend op grond van het criterium van 'effective control'. Het hof stelde vast dat de VN op de kritieke dagen geen effectieve controle uitoefende, waardoor de Staat aansprakelijk is voor eigen handelen.
De Hoge Raad bevestigt dat de vraag van toerekening moet worden beoordeeld naar internationaal recht en dat het criterium van effectieve controle doorslaggevend is. Omdat de VN geen effectieve controle had, geldt dat de Staat aansprakelijk is. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de mensenrechtenverdragen extraterritoriale werking hebben en dat de Staat rechtsmacht had over de compound waar Mustafic verbleef.
Het hof heeft terecht geoordeeld dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door Mustafic niet te beschermen, ondanks de moeilijke omstandigheden en het ontbreken van een helder mandaat. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de Staat voor de schade door de dood van Rizo Mustafic.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat aansprakelijk is voor het niet beschermen van Rizo Mustafic door Dutchbat tijdens de val van Srebrenica.