ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0940
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens schending recht op rechtsbijstand en disproportionaliteit vrijheidsontneming
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, werd op 16 augustus 2008 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, stellende dat hem niet correct was medegedeeld dat hij recht had op rechtsbijstand tijdens het verhoor en dat de bewaring disproportioneel was vanwege het lange tijdsverloop zonder zicht op uitzetting.
De rechtbank constateerde dat het proces-verbaal van het verhoor onvolledig was, omdat het niet vermeldde dat eiser zijn gemachtigde als voorkeursadvocaat had opgegeven. Dit vormde concreet tegenbewijs tegen de standaardformulering dat eiser geen raadsman wenste tijdens het verhoor. Hierdoor was verweerder in strijd met artikel 5.2, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 gehandeld.
Voorts was er geen voldoende rechtvaardiging voor voortzetting van de bewaring langer dan 8,5 maand, mede omdat er geen zicht was op eerdere uitzetting en eiser niet ongewenst was verklaard of veroordeeld. De belangenafweging viel daarom in het voordeel van eiser uit. De rechtbank besloot de bewaring op te heffen per 5 september 2008 en kende eiser een schadevergoeding toe van €670,-, alsmede proceskosten van €644,-.
Uitkomst: Beroep gegrond, bewaring opgeheven per 5 september 2008 en schadevergoeding toegekend.