ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1053
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onrechtmatige vreemdelingenrechtelijke staandehouding zonder proces-verbaal conducteur
Eiser werd op 23 augustus 2008 staande gehouden door een hoofdagent van politie op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf, gebaseerd op een melding van een conducteur van de Nederlandse Spoorwegen die eiser zonder geldig vervoersbewijs aantrof. Echter ontbrak een proces-verbaal van deze conducteur, waardoor niet kon worden vastgesteld of diens bevindingen juist waren en welke acties hij had ondernomen.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van dit proces-verbaal betekende dat het voortraject van de staandehouding niet kon worden getoetst. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat de conducteur in strijd met artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 had gehandeld voordat de hoofdagent ingreep. Dit was voor rekening en risico van verweerder.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was en besloot de bewaring per 9 september 2008 op te heffen. Tevens kende zij eiser een schadevergoeding toe van €1345,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €644,--.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledig en correct voortraject bij vreemdelingenrechtelijke staandehoudingen en de noodzaak van transparante en controleerbare bewijslast om de rechtmatigheid te waarborgen.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en hij ontvangt een schadevergoeding van €1345.