ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1959
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring en repatriëring van tbs-gestelde vreemdeling met Bosnische nationaliteit
Eiser, een tbs-gestelde vreemdeling van Bosnische nationaliteit, is ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege veroordelingen en opgelegde tbs-maatregel. De ongewenstverklaring leidt ertoe dat de tbs-behandeling in Nederland wordt stopgezet en repatriëring wordt voorbereid.
De rechtbank overweegt dat repatriëring kan plaatsvinden via overdracht van de tbs-maatregel aan het land van herkomst of opheffing van de tbs door de strafrechter indien een passende vervolgvoorziening is geregeld. Contacten met een kliniek in Kroatië zijn gelegd en behandeling aldaar wordt als mogelijk beoordeeld.
Eiser betoogt dat uitzetting in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege onvoldoende medische voorzieningen en met artikel 8 EVRM Pro wegens inmenging in familieleven. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en dat de belangenafweging van verweerder met betrekking tot artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig en proportioneel is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. De subsidiaire vordering tot schorsing van de ongewenstverklaring wordt afgewezen omdat het primaire beroep ongegrond is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de repatriëring van eiser naar Bosnië of Kroatië is mogelijk zonder schending van EVRM.