ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1968
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser werd op 6 september 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij werd op 5 september strafrechtelijk aangehouden, maar de rechtbank oordeelt dat de aanleiding voor deze aanhouding niet als strafrechtelijk kan worden aangemerkt. De verbalisanten wisten niet met wie zij te maken hadden en er was geen sprake van een verstoring van de openbare orde.
De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheden van de verbalisanten waarschijnlijk op grond van de Vreemdelingenwet 2000 zijn uitgeoefend, waarvoor een redelijk vermoeden van illegaal verblijf vereist is. Dit vermoeden ontbrak, aangezien het gedrag van eiser (verblijven op een perron, het laten schieten van treinen, een onsamenhangend verhaal) dit niet rechtvaardigt. Hierdoor is eiser onrechtmatig in de macht van de overheid gekomen en is de bewaring onrechtmatig.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring per 16 september 2008 en kent een schadevergoeding van €900 toe. Tevens worden de proceskosten van €644 aan eiser toegewezen, te voldoen door de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt onrechtmatig verklaard, opgeheven per 16 september 2008, met toekenning van €900 schadevergoeding en €644 proceskosten aan eiser.