ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3729
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.C. Prins
- A.P. Hameete
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens gevaar voor nationale veiligheid
Eiser is door verweerder ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij een gevaar zou vormen voor de nationale veiligheid. Dit besluit is gebaseerd op een ambtsbericht van de AIVD dat sterke aanwijzingen bevat dat eiser zich bezighoudt met de verspreiding van een orthodoxe, antiwesterse en antidemocratische vorm van islam, gericht op Turkse jongeren.
Eiser heeft het ambtsbericht ontkend, maar zonder concrete onderbouwing of aanwijzingen die twijfel aan de juistheid of volledigheid van het bericht kunnen rechtvaardigen. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:45 van Pro de Awb en artikel 87 van Pro de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de onderliggende stukken van het ambtsbericht ingezien en geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en de conclusie kan dragen.
Daarnaast heeft eiser beroep gedaan op artikel 3 en Pro 8 van het EVRM. De rechtbank oordeelt dat het beroep op artikel 3 niet Pro slaagt omdat eiser geen concreet risico op onmenselijke behandeling aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep op artikel 8 wordt Pro afgewezen omdat de relatie met zijn verloofde is aangegaan tijdens illegaal verblijf en na kennis van de ongewenstverklaring, waardoor het gezinsleven geen relevant gewicht toekomt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van verweerder. Er worden geen proceskosten aan een van de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring wegens gevaar voor nationale veiligheid wordt bevestigd.