ECLI:NL:RBSGR:2008:BF6544
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende aannemelijkheid ernstige mishandeling en toekomstig risico militaire dienst
Verzoeker, een Turkse nationaliteit dragende biseksuele jongeman, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij vanwege mishandeling door de politie en zijn seksuele geaardheid risico loopt op onmenselijke behandeling, onder meer tijdens de militaire dienstplicht in Turkije.
De staatssecretaris wees de aanvraag binnen 48 uur af wegens onvoldoende bewijs van een reëel risico op vervolging of mishandeling en omdat verzoeker nog niet was opgeroepen voor militaire dienst. Verzoeker voerde aan dat hij geen bescherming kan verwachten van de Turkse politie en dat hij mishandeld is, met een gebroken neus en afgebroken tand.
De voorzieningenrechter overwoog dat de medische keuring voor militaire dienst pas in 2010 zal plaatsvinden, waardoor het risico op dienstplicht en mishandeling een onzekere toekomstige gebeurtenis is. Tevens werd geoordeeld dat de mishandeling niet voldeed aan de criteria voor ernstige mishandeling zoals gehanteerd in het strafrecht, mede omdat er geen blijvend letsel of psychische schade was aangetoond.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht werd afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ernstige mishandeling en toekomstig risico militaire dienst.