ECLI:NL:RBSGR:2008:BF9957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling, was sinds 15 april 2008 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank toetste eerder de rechtmatigheid van de bewaring en richt zich nu op de vraag of het voortduren gerechtvaardigd is.
Eiser voerde aan dat er geen reëel zicht is op uitzetting naar China binnen afzienbare termijn, mede naar aanleiding van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verweerder stelde dat diplomatiek overleg en de afgifte van een laissez-passer op 8 september 2008 wijzen op een veranderde houding van de Chinese autoriteiten.
De rechtbank concludeert echter dat verweerder onvoldoende helderheid heeft verschaft over de inhoud en termijn van de diplomatieke gesprekken en dat de enkele afgifte van een reisdocument onvoldoende is om zicht op uitzetting aan te nemen. De rechtbank acht het voortduren van de bewaring daarom onrechtmatig en beveelt opheffing van de maatregel.
Daarnaast kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €1.120,- voor de periode vanaf 30 september 2008 tot de datum van uitspraak en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €644,-. De uitspraak werd gedaan door mr. A.S. Venema-Dietvorst op 14 oktober 2008.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1.120,-.