ECLI:NL:RBSGR:2008:BG0400
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige naar Verenigde Staten wegens gewone verblijfplaats in Nederland
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Nederlandse Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van een minderjarige vanuit Nederland naar de Verenigde Staten op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering.
De minderjarige, geboren in de Verenigde Staten, verblijft sinds 2004 grotendeels in Nederland bij de moeder, die daar studeert. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit, maar er ontstond een geschil over de verblijfplaats na terugkeer van de moeder met het kind naar Nederland in februari 2008. De Amerikaanse rechter had het voorlopig gezag aan de vader toegewezen en verboden het kind buiten New Jersey te brengen.
De rechtbank oordeelde dat het begrip gewone verblijfplaats feitelijk moet worden bepaald aan de hand van omstandigheden, intenties en maatschappelijke banden. Ondanks de intentie van de ouders om definitief in de Verenigde Staten te wonen, was de feitelijke gewone verblijfplaats van de minderjarige sinds juni 2004 Nederland, waar het kind naar school gaat en sociale banden heeft.
Daarom is er geen sprake van ongeoorloofde overbrenging of vasthouding volgens artikel 3 van Pro het Verdrag. Het verzoek tot teruggeleiding wordt afgewezen en elke partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar de Verenigde Staten wordt afgewezen omdat Nederland de gewone verblijfplaats van het kind is.