ECLI:NL:RBSGR:2008:BG2324
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.M. Druijf
- A.B.M. Hent
- C.F.E. van Olden-Smit
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens valse identiteit en documenten zonder inmenging in gezinsleven
Eiser, met Congolese nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die later met terugwerkende kracht werd ingetrokken omdat hij onjuiste gegevens had verstrekt en een valse identiteit gebruikte. De rechtbank constateert dat eiser bewust het risico aanvaardde dat zijn verblijfsvergunning zou kunnen worden ingetrokken en dat hij zichzelf niet op onrechtmatige wijze een sterkere positie mag verschaffen dan vreemdelingen zonder valse documenten.
De rechtbank overweegt dat er geen sprake is van inmenging in het recht op familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser nooit feitelijk in het bezit was van een geldige verblijfsvergunning. Daarnaast is geen positieve verplichting voor de staat om verblijf toe te staan, ondanks de aanwezigheid van een partner en twee in Nederland geboren kinderen met de Nederlandse nationaliteit.
De belangenafweging weegt het algemeen belang van handhaving van het restrictief toelatingsbeleid zwaarder dan de individuele belangen van eiser en zijn gezin. De rechtbank bevestigt dat de intrekking van de vergunning terecht is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht vanwege het gebruik van valse identiteit en documenten.