ECLI:NL:RBSGR:2008:BG2404
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken concreet zicht op uitzetting naar Noord-Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling uit Noord-Irak, is sinds februari 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting. De rechtbank toetst in dit beroep of het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd blijft. Verweerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat binnen afzienbare termijn een uitzetting naar Noord-Irak mogelijk is, mede door onduidelijkheden over mislukte uitzettingen in augustus en september 2008.
De rechtbank constateert dat de Iraakse autoriteiten geen laissez passer verstrekken voor onvrijwillige terugkeer, waardoor uitzetting via een EU-staat noodzakelijk is. De communicatieproblemen en extra eisen van Noord-Iraakse autoriteiten, zoals informatie over verblijf en strafrechtelijke achtergrond, vormen belemmeringen. Verweerder kon geen duidelijkheid geven over de uitkomsten van onderhandelingen met Iraakse autoriteiten en luchtvaartmaatschappijen.
Gezien deze omstandigheden en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, concludeert de rechtbank dat het voortduren van de bewaring niet langer gerechtvaardigd is. De maatregel wordt per direct opgeheven. Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe van € 2.080,- wegens onrechtmatig voortduren van de bewaring vanaf de datum van het beroep. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank heft de bewaring op wegens ontbreken van concreet zicht op uitzetting en kent schadevergoeding toe.