ECLI:NL:RVS:2008:BF0500
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing zicht op uitzetting vreemdeling naar Irak
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen zijn vreemdelingenbewaring gegrond verklaarde en de bewaring opheefde. De kern van het geschil is of er zicht bestaat op uitzetting van de vreemdeling naar Irak binnen een redelijke termijn.
De rechtbank concludeerde dat er geen zicht op uitzetting bestond, mede omdat sinds ruim een jaar geen gedwongen uitzettingen naar Irak hadden plaatsgevonden en de enige geslaagde verwijdering een vrijwillige terugkeer betrof. De staatssecretaris voerde aan dat er wel degelijk zicht was, onder meer vanwege besprekingen met Iraakse autoriteiten en een eerdere gedwongen verwijdering naar Basra.
De Raad van State oordeelt dat de informatie over de besprekingen onvoldoende concreet was om te concluderen dat er zicht op uitzetting bestaat. De specifieke verwijdering naar Basra betrof een ex-TBS'er met een laissez-passer en vrijwillige terugkeer, wat niet representatief is voor de situatie van de vreemdeling. De grief van de staatssecretaris wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 2 september 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.