ECLI:NL:RBSGR:2008:BG2413
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan concreet zicht op uitzetting naar Noord-Irak
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is sinds 15 mei 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting naar Noord-Irak. Hij heeft tegen het voortduren van deze bewaring beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft vastgesteld dat sinds maart 2008 slechts één uitzetting met een EU-staat naar Noord-Irak heeft plaatsgevonden en dat pogingen tot uitzetting in augustus en september 2008 zijn mislukt. Verweerder kon onvoldoende duidelijkheid geven over de redenen van deze mislukte uitzettingen en over de voortgang van de voorbereidingen. De Iraakse autoriteiten stellen extra eisen, zoals informatie over het verblijf en strafrechtelijke achtergrond van de vreemdeling, wat de uitzetting bemoeilijkt.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende concreet zicht bestaat op uitzetting binnen afzienbare termijn, waardoor het voortduren van de bewaring niet langer gerechtvaardigd is. De bewaring wordt per direct opgeheven. Tevens wordt eiser een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige bewaring vanaf de datum van beroep, en worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt per direct opgeheven wegens gebrek aan concreet zicht op uitzetting naar Noord-Irak.