ECLI:NL:RBSGR:2008:BG2508
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.W.S. Kiliç
- J.M. Janse van Mantgem
- J.F. Miedema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering duurzaam verbod uitzetting
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die in 2004 en opnieuw in 2008 werd ingetrokken op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, wegens vermoedelijke betrokkenheid bij misdrijven. De rechtbank bevestigde eerder dat het Vluchtelingenverdrag terecht werd toegepast, maar verweerder had nagelaten te onderzoeken of artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen uitzetting.
In het bestreden besluit stelde verweerder dat eiser zich niet in een situatie bevindt die duurzaam uitzetting verhindert, omdat hij steeds rechtmatig verblijf had en er uitzicht zou zijn op verbetering van de situatie in Afghanistan. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit onvoldoende heeft gemotiveerd, mede omdat de term 'duurzaam' niet adequaat is ingevuld en verweerder geen concrete feiten heeft aangevoerd die het ontbreken van uitzicht op verbetering onderbouwen.
De rechtbank overweegt dat eiser sinds zijn eerste asielaanvraag in 1997 in een situatie verkeert waarin uitzetting wegens artikel 3 EVRM Pro niet mogelijk is en dat de oorlog in Afghanistan langdurig is zonder zicht op vrede. Daarom is het standpunt van verweerder dat de vrees niet duurzaam is niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens worden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent duurzaam verbod op uitzetting.