ECLI:NL:RVS:2007:BB1436
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- P.A. Offers
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verblijfsvergunning ondanks duurzaam verbod op uitzetting
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister is geweigerd op basis van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en de Vreemdelingenwet 2000. De minister stelde dat appellant niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning en dat hij niet kan worden uitgezet vanwege het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat appellant zich niet aannemelijk heeft gemaakt dat artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam tegen zijn uitzetting verzet. Appellant stelde dat de situatie in zijn land van herkomst niet binnen afzienbare tijd zal verbeteren en dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie die een disproportionele weigering van een verblijfsvergunning rechtvaardigt.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich langdurig in een situatie bevindt waarin uitzetting wegens artikel 3 EVRM Pro niet mogelijk is. De beoordeling of sprake is van een uitzonderlijke situatie is pas aan de orde als deze langdurige situatie is vastgesteld. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de weigering van een verblijfsvergunning ondanks het feit dat appellant niet kan worden uitgezet.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van een verblijfsvergunning ondanks het duurzaam verbod op uitzetting.