ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3330
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.R. Groenewoud
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning op grond van het Turks Associatieverdrag
Verzoeker, een Turkse werknemer, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid in loondienst bij NUR Transport B.V. op grond van het Turks Associatieverdrag. De aanvraag werd afgewezen omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de vereisten van het Besluit 1/80.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker in ieder geval heeft voldaan aan het eerste vereiste van artikel 6 van Pro het Besluit 1/80, omdat zijn toenmalige werkgever DVT op 27 juli 2003 nog werk voor hem had. Het faillissement van DVT en de daaropvolgende onvrijwillige werkloosheid van verzoeker, gevolgd door een periode als zelfstandige, maken het echter onzeker of verzoeker aanspraak kan maken op de rechten uit het Besluit 1/80. De rechter kan niet aannemen dat de onderbreking van de opbouw van rechten werd geschorst.
Hoewel verzoeker al jaren werkzaam is in de transportbranche en het gelijkheidsbeginsel aanvoert, kan hij hier niet op worden gesteund. Wel acht de voorzieningenrechter dat het mvv-vereiste niet tegen verzoeker kan worden ingebracht en dat in het bestreden besluit onvoldoende aandacht is besteed aan bijzondere omstandigheden. Daarom wordt het bezwaar niet zonder meer afgewezen en wordt de voorlopige voorziening toegewezen.
Verweerder wordt verboden verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering van verzoeker uit Nederland wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.