ECLI:NL:RBSGR:2008:BG3917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.J. Fehmers
- L. van Es
- C.W.M. Giesen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gezinshereniging zelfstandige Turkse onderdaan met mvv-vereiste niet strijdig met Europees recht
Eiser, een Turkse onderdaan en zelfstandige in Nederland, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn echtgenote c.q. klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die overeenkomt met het verblijfsdoel. Eiser voerde aan dat het mvv-vereiste niet op hem van toepassing mocht zijn op grond van artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EG-Turkije en artikel 6 van Pro Besluit 1/80.
De rechtbank oordeelde dat het mvv-vereiste bij een aanvraag voor verblijf bij echtgenote niet in strijd is met artikel 41 van Pro het Aanvullend Protocol, omdat deze bepaling alleen ziet op Turkse onderdanen die verblijf aanvragen voor zelfstandige arbeid. Eiser kon niet worden gelijkgesteld met een werknemer in de zin van artikel 6 van Pro Besluit 1/80, omdat hij als zelfstandige een onderneming drijft en niet beschikte over een niet omstreden verblijfsrecht.
Verder was er geen aanleiding om het mvv-vereiste buiten toepassing te laten op grond van de hardheidsclausule. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde, omdat het tijdelijk terugkeren naar Turkije voor de mvv-procedure niet onredelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning gezinshereniging wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.