ECLI:NL:RVS:2007:BB8353
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv ondanks beroep op artikel 8 EVRM
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, maar deze werd geweigerd wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De minister wees het bezwaar af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat de belangen van zijn in Nederland geboren en opgegroeide partner en kinderen onvoldoende waren meegewogen en dat vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 8 EVRM Pro moest worden verleend.
De Raad van State overwoog dat het mvv-vereiste slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden tegengeworpen op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat de verplichting Nederland te verlaten doorgaans tijdelijk is. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn partner emotioneel niet in staat was de scheiding te verwerken of dat opvang van de kinderen onmogelijk was.
Verder was het volgens de Raad van State redelijk dat appellant het risico draagt van zijn illegale verblijf sinds 1994 en het opbouwen van een gezinsleven zonder verblijfsrecht. De belangen van de kinderen waren voldoende meegewogen. De grief van appellant faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een geldige mvv wordt bevestigd.