ECLI:NL:RBSGR:2008:BG4563
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel vanwege drugssmokkel en toetsing aan artikel 8 EVRM
Eiser, van Afghaanse afkomst, werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf in Zweden voor drugssmokkel. Zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in Nederland werd ingetrokken op grond van deze veroordeling. De echtgenote van eiser is met toepassing van de W.O.T.S. naar Nederland overgebracht, maar eiser zelf verblijft nog in Zweden. De rechtbank beoordeelt of bij de intrekking van de verblijfsvergunning een toets aan artikel 8 EVRM Pro, het recht op gezins- en familieleven, had moeten plaatsvinden.
De rechtbank stelt vast dat eiser sinds 1999 een verblijfsvergunning bezat waarmee hij feitelijk gezinsleven kon uitoefenen. De intrekking van deze vergunning betekent een inmenging in zijn recht op gezinsleven. De rechtbank oordeelt dat deze inmenging gerechtvaardigd moet worden getoetst op het moment van intrekking, en dat uitstel van deze toets naar een latere reguliere verblijfsprocedure strijdig is met artikel 8 EVRM Pro in samenhang met artikel 13 EVRM Pro.
De rechtbank verwerpt het beroep van eiser op artikel 3 EVRM Pro (verbod van foltering en onmenselijke behandeling) wegens onvoldoende aannemelijkheid van risico bij terugkeer naar Afghanistan. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan artikel 8 EVRM.