ECLI:NL:RVS:2009:BJ2141
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie trok op 14 mei 2007 de verblijfsvergunning asiel van de vreemdeling in. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat bij de intrekking van een verblijfsvergunning asiel niet vastgehouden kan worden aan de strikte scheiding tussen asiel en regulier die voortvloeit uit de Vreemdelingenwet 2000. De toepassing van artikel 8 EVRM Pro vindt plaats binnen de procedure van een reguliere vergunning en niet bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De overige beroepsgronden die de rechtbank had beoordeeld, werden niet in hoger beroep betrokken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.