ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5412
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Aarts
- H.M. Boone
- J.Th. Walderveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Eli Lilly tegen Staat over onderlinge vervangbaarheid Strattera en methylfenidaat
Eli Lilly stelde dat de Staat onrechtmatig handelde door Strattera (atomoxetine) als onderling vervangbaar met methylfenidaat te classificeren, vanwege klinisch relevante verschillen die bepalend zijn voor de artsenkeuze en therapeutische meerwaarde. De rechtbank toetste het besluit van de minister marginaal en beoordeelde het op basis van wetenschappelijke rapporten, waaronder een deskundigenrapport en adviezen van het College voor zorgverzekeringen (CVZ).
De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende overtuigend bewijs is voor klinisch relevante verschillen in effectiviteit en individuele gevoeligheid tussen atomoxetine en methylfenidaat. Hoewel er aanwijzingen zijn voor verschillen in bijwerkingen en co-morbiditeit, zijn deze niet voldoende onderbouwd en niet bepalend voor de artsenkeuze volgens de wettelijke criteria. De rechtbank verwierp de stellingen van Eli Lilly dat de minister onzorgvuldig of in strijd met het bestuursrecht heeft gehandeld.
De vorderingen van Eli Lilly werden afgewezen, ook subsidiair omdat de hardheidsclausule niet onjuist werd toegepast en de therapeutische meerwaarde niet door de minister was beoordeeld. Eli Lilly werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt de beleidsvrijheid van de minister bij het aanwijzen van geneesmiddelen in de Regeling Zorgverzekering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Eli Lilly af en bevestigt dat Strattera als onderling vervangbaar met methylfenidaat kan worden beschouwd.