ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5416
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ongewenstverklaring vreemdeling met psychische klachten na Schipholbrand
Verzoeker, een Marokkaanse vreemdeling, is op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege een veroordeling voor poging tot zware mishandeling en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Verzoeker stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder zijn PTSS als gevolg van de Schipholbrand en het gebrek aan adequate hulpverlening, toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereisten om af te wijken van het beleid en de ongewenstverklaring achterwege te laten.
De rechtbank overweegt dat bijzondere omstandigheden die reeds door de strafrechter zijn meegewogen, waaronder de psychische gesteldheid van verzoeker ten tijde van het delict, niet opnieuw als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb Pro kunnen gelden. Het bijzondere beleid voor bij de Schipholbrand betrokken vreemdelingen biedt geen grond om de ongewenstverklaring te voorkomen, aangezien verzoeker een onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft gekregen.
Verder is vastgesteld dat verzoeker geen feitelijk gezinsleven voert, waardoor het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt. Ook het betoog over ongelijke behandeling wordt verworpen omdat de aangehaalde gevallen niet vergelijkbaar zijn. Het verzoek om in bezwaar te worden gehoord wordt afgewezen omdat er geen redelijke twijfel bestaat dat dit tot een ander besluit zou leiden.
De voorzieningenrechter concludeert dat de Staatssecretaris in redelijkheid tot de ongewenstverklaring heeft kunnen komen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring gehandhaafd.