ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5833
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid ophouding en bewaring vreemdeling zonder redelijk vermoeden van illegaal verblijf
Eiseres werd opgehouden en in bewaring gesteld op grond van artikel 50 en Pro 59 van de Vreemdelingenwet 2000 na een strafrechtelijk voortraject. De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheid tot staandehouding niet is toegepast en dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond ten tijde van de staandehouding. Desondanks mocht verweerder tot ophouding overgaan omdat de identiteit van eiseres niet kon worden vastgesteld.
Eiseres voerde aan dat de ophouding en bewaring onrechtmatig waren en dat haar recht op rechtsbijstand was geschonden. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de ophouding gerechtvaardigd was gezien het ontbreken van voldoende gegevens over identiteit en nationaliteit, en dat de rechtshulp adequaat was geregeld.
Ten aanzien van de bewaring was er zicht op uitzetting omdat eiseres niet meewerkte aan de vaststelling van haar identiteit. De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig was en tijdig werd opgeheven toen bleek dat eiseres geen vreemdeling was. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.