ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.A. ter Meer-Siebers
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- W.J.B. Cornelissen
- Rechtspraak.nl
Onjuiste implementatie van richtlijn langdurig ingezetenen in verblijfsvergunningprocedure
Eiseres, van Mexicaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Verweerder wees de aanvraag af op grond dat zij gedurende een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag een formeel beperkt verblijfsrecht zou hebben gehad, waardoor zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 21 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De rechtbank stelde vast dat artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van richtlijn 2003/109/EG onjuist was geïmplementeerd in artikel 21 Vreemdelingenwet Pro 2000. Met name ontbrak de term 'uitsluitend' en werd 'verblijfsrecht' gebruikt in plaats van 'verblijfsvergunning'. Hierdoor kon eiseres zich rechtstreeks beroepen op de richtlijn.
De rechtbank overwoog dat eiseres gedurende de periode van 1 juni 2006 tot 7 november 2006 niet uitsluitend zonder verblijfsvergunning verbleef, maar in afwachting was van een besluit op haar aanvraag. Het standpunt van verweerder dat de richtlijn niet op haar van toepassing zou zijn, werd verworpen.
Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit van 5 september 2007 vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte implementatie van Europese richtlijnen in nationaal recht en de directe werking daarvan ten behoeve van vreemdelingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen.