ECLI:NL:RBSGR:2008:BG6355
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P. van Baaren
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
Eiser, een ongedocumenteerde Chinese vreemdeling, is op 20 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde tevens een schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 3 december 2008.
De kern van het geschil betreft het vereiste zicht op uitzetting naar China voor het rechtmatig toepassen van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin sinds 21 augustus 2008 wordt aangenomen dat er geen zicht op uitzetting bestaat voor ongedocumenteerde Chinezen vanwege het ontbreken van concrete aanknopingspunten dat de Chinese autoriteiten hun handelwijze omtrent laissez passer zullen wijzigen.
Hoewel de Chinese autoriteiten in september en oktober 2008 twee laissez passer hebben afgegeven, acht de rechtbank dit onvoldoende om te spreken van een bestendige wijziging in de handelwijze. Verweerder voerde aan dat eiser zijn rechtsplicht tot medewerking niet volledig zou nakomen, maar dit doet niet af aan het ontbreken van zicht op uitzetting. De rechtbank concludeert dat de bewaring onrechtmatig is en beveelt onmiddellijke opheffing. Tevens kent zij een schadevergoeding van €1.220 toe en veroordeelt de Staat in de proceskosten van €644.
Uitkomst: De rechtbank heft de vreemdelingenbewaring op wegens ontbreken van zicht op uitzetting en kent een schadevergoeding toe.