ECLI:NL:RBSGR:2008:BG6452
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring met zicht op uitzetting naar Mongolië
De vreemdelinge, met de Mongoolse nationaliteit, maakte bezwaar tegen de voortzetting van haar maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie. Zij stelde dat geen zicht op uitzetting bestond, omdat de Mongoolse autoriteiten alleen een laissez-passer verstrekken aan personen die een verklaring van vrijwillige terugkeer ondertekenen, wat zij weigerde.
De rechtbank heeft overwogen dat de Staatssecretaris voldoende zicht heeft op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede doordat hij het voornemen heeft de vreemdelinge te presenteren bij de Mongoolse autoriteiten voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Hoewel een geplande persoonlijke presentatie op 27 november 2008 niet doorging, acht de rechtbank dit onvoldoende reden om te twijfelen aan het zicht op uitzetting.
De rechtbank sluit aan bij jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat van een vreemdeling mag worden verlangd een verklaring af te leggen die terugkeer mogelijk maakt, zonder dat dit verder gaat dan de verplichting Nederland eigener beweging te verlaten. De vreemdelinge weigert elke medewerking, maar dit leidt niet tot onrechtmatigheid van de bewaring.
Gelet op deze omstandigheden en het ontbreken van feiten die de voortzetting van de bewaring onrechtmatig maken, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.