ECLI:NL:RVS:2008:BG4452
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over zicht op uitzetting Iraakse vreemdeling
De vreemdeling werd op 17 maart 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het niet naleven van de vertrekplicht uit Nederland. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde op 2 april 2008 dat er geen zicht was op uitzetting naar Centraal-Irak en hief de bewaring op. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris van Justitie gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling verplicht is tot actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting, maar deze medewerking weigerde. De Raad van State overwoog dat de Iraakse ambassade laissez passer verstrekt voor uitzetting indien de vreemdeling geen bezwaar heeft tegen terugkeer. Het feit dat de vreemdeling aangaf niet te willen terugkeren, sluit zicht op uitzetting niet uit.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdeling ongegrond. Het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring werd alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, waardoor het beroep van de vreemdeling ongegrond is.