ECLI:NL:RBSGR:2008:BG6662
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Mulder
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag na uitbesteding werkzaamheden
De werknemer was sinds 1993 in dienst bij de werkgever, werkzaam binnen een dochtervennootschap waar haar werkzaamheden per 1 juli 2007 werden uitbesteed aan een gespecialiseerd bedrijf. De werkgever vroeg toestemming aan het CWI voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. Het CWI verleende toestemming, waarna de arbeidsovereenkomst werd opgezegd.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat het afspiegelingsbeginsel onjuist was toegepast, dat er passende functies beschikbaar waren binnen de groep, en dat zij onvoldoende begeleiding en financiële compensatie had ontvangen. De werkgever voerde aan dat het uitbesteden van werkzaamheden een redelijke beleidsbeslissing was en dat een redelijk financieel voorstel was gedaan.
De kantonrechter oordeelde dat het afspiegelingsbeginsel terecht beperkt was tot de bedrijfsvestiging waar de werknemer feitelijk werkte en dat er geen passende herplaatsingsmogelijkheden waren. Wel werd geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de slechte arbeidsmarktpositie van de werknemer, haar langdurig dienstverband en het ontbreken van een passende financiële voorziening.
De kantonrechter kende een vergoeding toe van €7.858,00 bruto, zijnde 70% van de kantonrechtersformule, en wees de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 27 november 2008.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van een bruto vergoeding van €7.858,00 wegens kennelijk onredelijk ontslag.