ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7069

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
8 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/1489 IB/PVV
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:17 Wet IB 2001Art. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kosten chelaattherapie niet aftrekbaar als buitengewone uitgaven wegens ziekte

Eiser heeft voor het jaar 2005 een belastbaar inkomen aangegeven met daarnaast een bedrag aan buitengewone uitgaven, waaronder kosten van chelaattherapie voor zijn echtgenote. Deze therapie werd gevolgd wegens perifeer arterieel vaatlijden, nadat reguliere geneeskunde geen oplossing bood. Eiser stelt dat de therapie medisch noodzakelijk was en onder begeleiding van een arts plaatsvond, waardoor aftrek gerechtvaardigd zou zijn.

De inspecteur van de Belastingdienst heeft de kosten van de chelaattherapie niet als aftrekbare buitengewone uitgaven erkend, omdat de therapie niet op voorschrift van een behandelend arts was gevolgd en niet vaststond dat er medische begeleiding was. Tevens is de chelaattherapie in de medische wereld als omstreden aangemerkt en wordt zij ook preventief toegepast door gezonde personen, wat niet voldoet aan de voorwaarden voor aftrek.

De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de therapie op medisch voorschrift of onder begeleiding van een bevoegd geneeskundige heeft plaatsgevonden. Het advies van het hoofd van de kliniek en de toestemming van de huisarts zijn onvoldoende als medisch voorschrift. Ook ontbreekt erkenning van de therapie door de medische wetenschap. Daarom zijn de kosten niet aftrekbaar als buitengewone uitgaven wegens ziekte. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van chelaattherapie zijn niet aftrekbaar als buitengewone uitgaven wegens ziekte.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
Enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 08/1489 IB/PVV
Uitspraakdatum: 8 oktober 2008
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[X], wonende te [Z], eiser,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/[ te P], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 20 februari 2008 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser voor het jaar 2005 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volks- verzekeringen (aanslagnummer [nummer]).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2008.
Eiser is daar in persoon verschenen, vergezeld van zijn dochter [dochter].
Namens verweerder is verschenen [A].
1 Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
2 Gronden
2.1. Voor het jaar 2005 heeft eiser een belastbaar inkomen uit werk en woning aangegeven van € 60.813. Tevens is € 9.868 als buitengewone uitgaven in aanmerking genomen. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder de kosten van de chelaattherapie (€ 3.825) niet aanvaard als buitengewone uitgaven wegens ziekte. In de uitspraak op bezwaar heeft verweerder dit standpunt gehandhaafd.
2.2. Ingevolge artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet IB 2001 worden als uitgaven wegens ziekte, invaliditeit en bevalling, voorzover hier van belang aangemerkt, de daarmee verband houdende uitgaven voor genees- en heelkundige hulp.
Eén van de voorwaarden waaraan uitgaven moeten voldoen, willen zij als uitgaven wegens ziekte in aftrek kunnen worden gebracht, is dat er voor de behandeling waarop de uitgaven betrekking hebben, een medische noodzaak bestaat. Een dergelijke medische noodzaak kan blijken uit het feit dat de behandeling op medisch voorschrift en/of onder begeleiding van een naar Nederlandse begrippen als genees- of heelkundige aan te merken hulpverlener plaatsvindt (Hoge Raad 29 juni 1977, nr. 18 449, BNB 1997/197 en Hoge Raad 4 januari 1978, nr. 18 643, BNB 1978/30).
2.3. Omdat de reguliere geneeskunde geen oplossing kon bieden voor de aandoening van eisers echtgenote, bestaande uit perifeer arterieel vaatlijden, heeft eiser op het internet gezocht naar een mogelijk alternatieve behandeling waarbij hij op de chelaattherapie stuitte. Vervolgens heeft eisers echtgenote de chelaattherapie ondergaan bij de Kliniek voor Preventieve Geneeskunde [...] De therapie had tot doel de doorbloeding van het vaatstelsel in de benen van eisers echtgenote te verbeteren; zij heeft volgens eiser veel baat gehad van de therapie. Het standpunt van eiser is dat de kosten van deze therapie in aftrek komen als uitgaven wegens ziekte aangezien het hoofd van voormelde kliniek de therapie aanraadde en zijn echtgenote door een arts werd begeleid.
2.4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de kosten voor de chelaattherapie niet aftrekbaar zijn als buitengewone uitgaven voor geneeskundige hulp, nu deze therapie die in de medische wereld als omstreden geldt, niet op voorschrift van de behandelend arts is gevolgd en evenmin vaststaat dat de therapie werd begeleid door een arts. Tevens neemt verweerder het standpunt in dat het moet gaan om therapeutische activiteiten die niet plegen te worden ondergaan door gezonde personen, hetgeen bij de chelaattherapie niet het geval is aangezien deze therapie preventief wordt ondergaan door gezonde personen.
2.5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de chelaattherapie, ondergaan door zijn echtgenote, heeft plaatsgevonden op voorschrift van de huisarts of specialist, bij wie eisers echtgenote onder behandeling was. Het feit dat eisers huisarts desgevraagd aangaf dat het eiser vrijstond deze therapie te proberen, kan niet als zodanig voorschrift gelden. Evenmin kan als een zodanig voorschrift gelden het feit dat het hoofd van de kliniek waar de therapie werd ondergaan, aanraadde de therapie te volgen, nu niet, althans onvoldoende, aannemelijk is gemaakt dat die therapie plaatsvond onder begeleiding van een naar Nederlands recht bevoegd geneeskundige, terwijl ook anderszins van enige erkenning van de chelaattherapie door de medische wetenschap niet is gebleken. Derhalve heeft verweerder terecht geoordeeld dat de kosten van de chelaattherapie niet als uitgaven wegens ziekte in aanmerking kunnen worden genomen.
Nu ook overigens niet is gebleken dat er voor de behandeling, waarvoor eiser aanspraak maakt op aftrek van buitengewone uitgaven, een medische noodzaak bestond, kunnen de kosten van de chelaattherapie niet als buitengewone uitgaven in aanmerking worden genomen. Aan dit oordeel doet niet af dat eisers echtgenote baat heeft gehad bij de behandeling.
2.6. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.
2.7. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan op 8 oktober 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. R.C.H.M. Lips, in tegenwoordigheid van mr. P.C. Stroebel, griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.